Veel zorgorganisaties werken met zzp'ers om roosters rond te krijgen. Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid, en vanaf 2026 kunnen daar ook boetes bij komen. Voor zorgorganisaties is het daarom belangrijk om te weten wanneer een zzp-opdracht eigenlijk loondienst is, welke risico's daaraan vastzitten en welke alternatieven er zijn.
Wat is er veranderd?
Jarenlang gold een handhavingsmoratorium. De Belastingdienst trad alleen op bij kwaadwillendheid en gaf anders eerst een aanwijzing, met meestal drie maanden de tijd om de situatie aan te passen. Dat moratorium is op 1 januari 2025 beëindigd.
Volgens de Belastingdienst gelden sindsdien weer de normale regels:
- Er worden geen aanwijzingen meer gegeven. Stelt de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vast, dan kan direct een correctieverplichting of naheffingsaanslag loonheffingen volgen.
- Naheffen kan met terugwerkende kracht, maar niet verder terug dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of een niet opgevolgde aanwijzing kan dat tot vijf jaar terug.
- In 2025 werden nog geen boetes opgelegd. Vanaf 1 januari 2026 kunnen vergrijpboetes worden opgelegd; verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
De Wet DBA zelf is daarmee niet veranderd. Wat veranderd is, is dat de regels weer worden gehandhaafd.
Wanneer is een zzp-opdracht eigenlijk loondienst?
Of iemand zelfstandig werkt of in loondienst, hangt niet af van wat er in het contract staat, maar van hoe het werk in de praktijk wordt uitgevoerd. De Belastingdienst gaat uit van drie kenmerken van loondienst: de mogelijkheid tot werkgeversgezag, de verplichting om persoonlijk arbeid te leveren en een beloning voor die arbeid.
Daarnaast weegt de Belastingdienst onder meer mee:
- de aard en duur van de werkzaamheden;
- de mate waarin het werk en de opdrachtnemer onderdeel zijn van de organisatie;
- of het werk persoonlijk moet worden uitgevoerd;
- de mate waarin de opdrachtnemer commercieel risico loopt.
Met de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kun je samen met een opdrachtnemer nagaan hoe een opdracht scoort.
Risico's voor zorgorganisaties
In de zorg werken zzp'ers vaak op een manier die dicht bij loondienst ligt. Ze draaien diensten in hetzelfde rooster als vaste collega's, doen hetzelfde werk, werken volgens de protocollen van de organisatie en vallen onder dezelfde teamleider. Hoe langer en structureler die inzet, hoe groter de kans dat de Belastingdienst de opdracht als loondienst beoordeelt.
Wordt een opdracht als loondienst aangemerkt, dan moet de zorgorganisatie als werkgever alsnog loonheffingen betalen: loonbelasting en premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw. Daar komt belastingrente bij. Had de organisatie kunnen weten dat er sprake was van loondienst, dan geldt een tarief van 52 procent. Vanaf 2026 kan bij opzet of grove schuld ook een vergrijpboete volgen.
Hoe dat uitpakt, laat de Belastingdienst zien in een rekenvoorbeeld: bij € 24.000 aan betalingen over een half jaar in 2026 komt de naheffing uit op ruim € 10.000. Bij een organisatie die meerdere zzp'ers structureel inzet, loopt dat bedrag snel op.
Wat komt er aan: de Zelfstandigenwet
Het kabinet werkt aan een Zelfstandigenwet die meer duidelijkheid moet geven over wie zelfstandig is. Het wetsvoorstel lag tot en met 29 oktober 2026 in internetconsultatie. De beoogde inwerkingtreding is januari 2028.
Het voorstel werkt met twee toetsen:
- De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer zelf, bijvoorbeeld of iemand zelf factureert, ingeschreven staat bij de KVK, meerdere opdrachtgevers heeft en zich heeft voorzien tegen ondernemersrisico's.
- De werkrelatietoets kijkt of er binnen een specifieke opdracht voldoende zelfstandig wordt gewerkt, bijvoorbeeld of iemand het werk zelf kan organiseren en voor eigen rekening en risico uitvoert.
De wet is nog niet aangenomen en kan nog veranderen. Tot die tijd gelden de huidige regels en de huidige handhaving.
Alternatieven voor zzp-inzet
Een zzp'er inzetten blijft mogelijk als de opdracht echt zelfstandig wordt uitgevoerd. Voor structurele inzet in het rooster zijn er andere vormen die minder risico geven:
- Zelf in dienst nemen. Voor functies die blijven, is een medewerker in eigen dienst de meest duidelijke oplossing. Je bouwt aan een vast team en loopt geen risico op een naheffing. De uitdaging zit in het vinden van de juiste mensen; hoe werving en selectie in de zorg daarbij helpt, lees je in een apart artikel.
- Tijdelijk inhuren via een uitlener. Bij uitzenden of detacheren is de uitlener de werkgever. Let daarbij op de Wtta: vanaf 1 januari 2027 hebben uitleners een toelating nodig.
- Payroll of werkgeversovername. Een payrollbedrijf neemt het juridisch werkgeverschap over, terwijl jij de medewerker zelf hebt gevonden. Ook dit valt onder de regels voor uitleners.
Welke vorm past, hangt af van hoe lang en hoe structureel je iemand nodig hebt. De afweging tussen inhuren en zelf aannemen staat uitgebreider in het artikel uitzendbureau of werving en selectie.
Zo pak je het aan
- Breng de huidige zzp-inzet in kaart. Welke zzp'ers werken er, hoe lang al, in welke functies en hoeveel uur per week?
- Beoordeel per opdracht het risico. Gebruik de webmodule en kijk vooral naar inbedding in de organisatie, gezag en de duur van de inzet.
- Begin bij de structurele functies. Zzp'ers die al lang en vast in het rooster staan, vormen het grootste risico. Voor die plekken loont het om te werven voor vaste medewerkers.
- Laat je adviseren bij twijfel. De beoordeling is per situatie anders. Een fiscalist of arbeidsjurist kan per opdracht meekijken.
Het personeelstekort in de zorg maakt het niet eenvoudig om zzp'ers te vervangen door vaste medewerkers. Daarom helpt het om op tijd te beginnen met werven, zodat de overstap geleidelijk kan.
Grip op zzp-inzet begint bij een overzicht
De Belastingdienst handhaaft sinds 2025 weer op schijnzelfstandigheid en kan sinds 2026 ook vergrijpboetes opleggen. Zorgorganisaties die zzp'ers structureel in het rooster inzetten, lopen het risico op naheffingen. Een overzicht van de huidige inzet, een beoordeling per opdracht en tijdig werven voor vaste functies beperken dat risico. De Zelfstandigenwet moet vanaf 2028 meer duidelijkheid geven, maar tot die tijd gelden de huidige regels.
Zoek je vaste zorgprofessionals om zzp-inzet te vervangen? Neem contact op of lees wat Active Talent voor zorgorganisaties doet.
Veelgestelde vragen
Mag ik in de zorg nog met zzp'ers werken?
Ja. De Wet DBA verbiedt het werken met zzp'ers niet. De vraag is of iemand in de praktijk zelfstandig werkt. Draait een zzp'er structureel mee in het rooster, onder leiding van de organisatie en met hetzelfde werk als vaste medewerkers, dan is de kans groot dat er sprake is van loondienst.
Wat gebeurt er als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vaststelt?
Dan kan de Belastingdienst direct een correctieverplichting of naheffingsaanslag loonheffingen opleggen, met belastingrente. Had je kunnen weten dat er sprake was van loondienst, dan geldt een tarief van 52 procent. Vanaf 2026 kunnen ook vergrijpboetes worden opgelegd.
Hoe ver terug kan de Belastingdienst naheffen?
Niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of een aanwijzing niet is opgevolgd. In die gevallen kan de Belastingdienst tot vijf jaar terug naheffen.
Wanneer gaat de Zelfstandigenwet in?
De beoogde inwerkingtreding is januari 2028. Het wetsvoorstel lag tot en met 29 oktober 2026 in internetconsultatie en moet daarna nog door de Tweede en Eerste Kamer.



